Beantwoording algemene beschouwingen Begroting 2008

november 29, 2007

Portefeuillehouder Veerhoek

Zowel het CDA en VVD vragen naar de voortgang van deregulering. Het college kan aangeven dat er diverse initiatieven worden genomen door de diverse partners van gemeenten (VNG, Ministeries, KvK, etc.) met betrekking tot deregulering. Er zijn vele praktische voorbeelden hoe deregulering op te pakken op lokaal niveau. Deze initiatieven en ‘best practices’ worden daar waar mogelijk opgepakt, voorbeelden daarvan zijn de afgelopen en komende APV wijziging, het project decentrale regelgeving, het niet ondersteunen van de Algemene Verordening van het recreatieschap, de “one stop gedachte” bij de aanvraag van een invalidenkaart en later de -plaats en de huidige samenwerking met de Kamer van Koophandel.

Werkgroep ‘84 vraagt naar de ontwikkelingen op het gebied van cameratoezicht. Het college is van oordeel dat er op dit moment diverse zaken worden ontwikkeld om openbare orde problemen aan te pakken, zoals het groepen pellen en de kleurencode voor hangjeugd. Dit samen met het feit dat jeugdoverlast relatief beperkt is, maakt dat vast cameratoezicht geen prioriteit is. De vraag van de Werkgroep over de meetbare resultaten van buurtpreventie is moeilijk te beantwoorden. Criminaliteitscijfers zijn relatief laag en een enkel incident kan het cijfer enorm beïnvloeden. Doordat er meer uren zijn vrijgekomen om met het buurtpreventieproject aan de slag te gaan, kan dit in de toekomst mogelijk beter in kaart gebracht worden. Aanvullend kan gesteld worden dat buurtpreventie breder is dan alleen veiligheid; een goed leefklimaat zou de lading beter dekken (past in het idee van civil society).

Over de woningbouwplanning merken wij op dat de planning die begin dit jaar met de gemeenteraad is gecommuniceerd nog steeds uitgangspunt is. De bouw van de Dertienhuizen is reeds gestart. Nog dit jaar wordt gestart met het voorbelasten van Tiendhoek II en de nieuwe voetbalvelden. De planning is dat in het eerste kwartaal 2008 wordt begonnen met de nieuwbouw op de hoek van de Rijsdijk-Hoofdstraat. Onvermijdelijk zal zijn dat er gedurende een bepaald tijdsbestek een fors aanbod van woningen zal zijn. Het aanbod zal echter behoorlijk divers zijn in typen en prijsklassen en daardoor ook vooral voor de eigen inwoners aantrekkelijk zijn. Wellicht zal er door het forse aanbod ook sprake zijn van enige instroom. Hier staat echter tegenover dat wij al sinds jaren een vertrekoverschot kennen. Het doel is om gedurende de looptijd van de Structuurvisie (2005-2015) instroom en vertrek gelijke tred te laten houden. Dit dient een vitale bevolkingsopbouw op te leveren, gebaseerd op autonome groei.

De grondexploitaties die dit jaar ter vaststelling aan de gemeenteraad zijn aangeboden (Tiendhoek II, Rijsdijk-Hoofdstraat, Tussen Dijk en Bakwetering en de nieuwe voetbalvelden) passen alle binnen de cijfers die zijn opgenomen in het in het begin van 2007 vastgestelde Analysemodel Grondexploitaties Structuurvisie. Er zullen ongetwijfeld ook tegenvallers komen en risico’s zijn onvermijdelijk. Wij sturen daarom vooral op de beheersing van deze risico’s. In het weerstandsvermogen is hierin in financiële zin voorzien, daarnaast ook in de grondexploitaties zelf. Niet alleen zijn risico’s van invloed op de financiële positie, ook veranderende ambities in deelplannen van samenwerkingspartners noodzaken tot keuzes en nieuwe afwegingen. Bijvoorbeeld de door diverse partijen uitgesproken wens om de winkelcentra te gaan herstructureren, zal veel geld kosten. Ook de gemeente zal gevraagd worden hierin te investeren. Ook het Kulturhus is een ambitieus plan dat veel geld zal gaan kosten. Daarnaast bepalen autonome factoren (bijvoorbeeld de marktontwikkelingen) mede het risicoprofiel van projecten.

Aan Werkgroep ‘84 geven wij aan dat de functie van de digitale maquette is geëvalueerd. Het is een geavanceerd instrument dat voor vakingewijden een goed hulpmiddel kan zijn. Voor publiekscommunicatie is het een minder geschikt instrument gebleken. Het up-to-date houden van de informatie is daarnaast een kostbare zaak. Wij zien daarom af van een verdere toepassing.

De CDA-fractie stelt voor een dorpsraad in het leven te roepen en bijvoorbeeld een begrotingsmarkt te organiseren. Het gaat hierbij feitelijk om (nieuwe) vormen van burgerparticipatie, met als doel de burgers meer (direct) te betrekken bij het beleid en zo de ontstane kloof tussen burger en politiek te dichten. Wij hebben sympathie voor het idee van de begrotingsmarkt en zullen de mogelijkheden samen met uw raad onderzoeken voor het volgende begrotingstraject. Het instellen van dorpsraden vinden wij op dit moment ongewenst. Om de burgerparticipatie te stimuleren is de raad zeer recent gestart met een nieuw vergadermodel. Dit model dient de kans te krijgen tot volle wasdom te komen. Wij stellen daarom voor af te zien van een discussie over dorpsraden.

De opmerking van de SGP wat betreft het voetveer delen wij. In goed overleg met de gemeente Nieuw-Lekkerland is besloten het voetveer de komende jaren in de vaart te houden. Dit is ook de reden dat wij in de conceptbegroting een bedrag van € 10.000,- hebben opgenomen.

De gevraagde monumentlijst (WG’84) is inmiddels in concept gereed en wordt nog in 2007 ter kennis gebracht aan de gemeenteraad. Ongeveer gelijktijdig zullen de eigenaren en gebruikers in kennis worden gesteld van de aanwijzing van hun pand tot gemeentelijk monument. De aanwijzing van de Voorstraat als beschermd dorpsgezicht achten wij enkel aanvaardbaar als er voor de eigenaren van deze panden ook een financiële vergoeding tegenover komt te staan. Het voorstel om het budget voor het monumentenbeleid structureel te verhogen lijkt sympathiek, maar zal ten koste moeten gaan van andere begrotingsposten.

Betreffende de vraag van de CDA-fractie over het vernieuwend ondernemersschap vinden wij dat de gemeente de planologische randvoorwaarden moet scheppen voor de agrariërs om vernieuwend ondernemersschap mogelijk te maken. Daarnaast levert de zgn. Lokale Groep financiële bijdragen voor het opstellen van deze plannen. Vooralsnog ziet ons college geen aanleiding om daarin financieel bij te dragen.

Portefeuillehouder Van de Haterd

Zoals verschillende fracties constateren is de verdere uitwerking van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning een belangrijke speerpunt voor ons college. Hierbij gaat het enerzijds om de realisatie van voorzieningen op het gebied van wonen, zorg en welzijn en een adequate verstrekking van voorzieningen. Anderzijds gaat het ook om het vinden van de juiste antwoorden op de vragen die de veranderende samenleving aan ons stelt. Wij willen daarbij de inbreng van de WMO-raad optimaal benutten. Samen met de WMO-raad zijn wij nog op zoek naar de juiste formule. Aanvullend zullen wij bij de formulering van het op te stellen meerjarenbeleidsplan de inbreng vragen van het maatschappelijk middenveld. Hiervoor zullen de komende maanden bijeenkomsten worden georganiseerd. Het gevolg hiervan is overigens dat het meerjarenbeleidsplan eerst in maart 2008 gereed zal zijn.

De implementatie van de WMO, en in het bijzonder de overgang van de organisatie van de huishoudelijke verzorging van het zorgkantoor naar de gemeente, is voor cliënten zonder noemenswaardige problemen verlopen. Er is aan drie zorgaanbieders aanbesteed, waarvan 1 aanbieder (CCC Zorg) zich in 2007 niet actief heeft opgesteld in deze regio, 1 aanbieder (Zorgpartners) een zeer beperkt aantal cliënten in de gemeente Nederlek heeft en de laatste, de Vierstroom, mede vanuit de positie die in het verleden is opgebouwd, verreweg de meeste cliënten heeft. Juist bij de Vierstroom zijn, evenals bij andere zorgaanbieders in den lande, problemen ontstaan ten aanzien van de levering van de huishoudelijke zorg. Het college is (in gezamenlijkheid met de overige K5-gemeenten) nadrukkelijk met de directie van de Vierstroom in overleg om waar mogelijk een bijdrage te leveren aan het oplossen van de problemen.

Ten aanzien van de dienstverlening van Sociale Zaken op het gebied van de WMO zijn, mede gelet op de aard van de wetgeving, niet bijzonder veel klachten bekend. Maandelijks vindt op ambtelijk niveau, en ieder kwartaal op bestuurlijk niveau, overleg plaats tussen Sociale Zaken en de gemeenten Nederlek en Ouderkerk om afstemming te zoeken omtrent de uitvoering van de WMO.

Zoals wordt benoemd in de algemene beschouwingen, onderzoeken wij de mogelijkheden om op de plaats van ‘t Gebouw een kindcentrum te realiseren. De eerste verkenningen hebben inmiddels plaatsgevonden (er is een stedenbouwkundige studie uitgevoerd en er heeft overleg plaatsgevonden met de betrokken partijen). In dit centrum kan plek worden gevonden voor de kinderopvang en de peuterspeelzaal, maar ook voor de speel-o-theek en een jeugdhonk. Daarnaast kan gedacht worden aan andere voorzieningen, zoals bijvoorbeeld ruimte voor een praktijk voor fysiotherapie. Op de vraag of het in de begroting opgenomen bedrag niet te laag is antwoorden wij dat er deels sprake zal zijn van commerciële verhuur en dat de kosten derhalve niet volledig door de gemeente gedragen behoeven te worden. Overigens is nog slechts sprake van een globale berekening en zal bij de verder planontwikkeling moeten blijken of de genoemde bedragen daadwerkelijk afdoende zijn.

In beide kernen zijn tijdelijke voorzieningen getroffen voor de jeugd. De realisatie van de permanente jeugdhonken zullen worden meegenomen bij de ontwikkeling van het Kulturhus in Krimpen aan de Lek en de realisatie van het kindcentrum in Lekkerkerk. Ons college heeft de plannen van de beide zwembadbesturen om een overdekt zwembad te realiseren bij het openluchtbad Schuagt serieus beoordeeld. Uit planologische overwegingen is de uitvoering van dit plan niet mogelijk gebleken (het is in strijd met de Beleidsrichtlijn ruimte voor de rivier). De besturen zijn hiervan in kennis gesteld.

De Werkgroep ‘84 vraagt ons hoe we – nu de werkgroep Normen en Waarden ‘slaapt’ – omgaan met problemen als overmatig drank- en drugsgebruik en overgewicht. Op deze onderwerpen worden regionaal activiteiten ontplooid, die onze gemeente waar mogelijk overneemt. Daarnaast hebben onze opbouwwerker en jeugdwerker aandacht voor deze onderwerpen. Tot slot maken deze thema’s structureel onderdeel uit van de lesprogramma’s van de scholen. De VVD-fractie wil meer weten over het afstoten van het beheer van sportaccommodaties. Ons college heeft geen concrete plannen op dit punt. Een dergelijke discussie zou naar onze mening onderdeel moeten uitmaken van de door de gemeenteraad uit te voeren kerntakendiscussie. Overigens hebben wij wel een doelmatigheidsonderzoek laten uitvoeren voor de sporthallen. Hieruit zijn diverse verbeterpunten gekomen, die wij ter hand zullen nemen en waar wij de raad van in kennis zullen stellen.

Wij onderschrijven uw zorg over de armoedebestrijding (PvdA). In dat kader is het ons voornemen om in 2008 een integrale visie te ontwikkelen op het minimabeleid. Dit wordt als prioriteit door Sociale Zaken van de afdeling K5 in het werkplan 2008 opgenomen. Het is het voornemen van de portefeuillehouders Sociale Zaken binnen de K5-gemeenten om hierin gezamenlijk een voorstel te ontwikkelen.

Portefeuillehouder De Jong

De aandacht die wordt gevraagd om de onrust onder het personeel te beperken (VVD), is ons uit het hart gegrepen. Het is daarom uitermate belangrijk dat het achterstallig onderhoud betreffende de personeelsformatie de impuls krijgt die in de begroting voor 2008 is voorzien. Over de thans verwachte investeringen in 2010, 2011 en 2012 vindt bij de behandeling van de betreffende begrotingen een nieuwe afweging plaats (VVD). Over de relatie die wordt gelegd met de (door)groei naar regiegemeente (VVD) en dat de kosten in combinatie met de scholenbouw een zware wissel trekken op de begroting en ten koste van andere belangrijk items gaat (bijv. subsidies) (WG’84), merken wij het volgende op. Juist omdat een zware wissel wordt getrokken op de begroting, is er een hoge urgentie tot het vaststellen van een visiedocument waarin een koers voor de toekomst wordt uitgezet, waaraan prioriteiten en keuzes kunnen worden ontleend en waarin de noodzaak wordt uitgesproken tot het voeren van regie, meer dan nu het geval is. Nederlek redt het niet zonder steeds na te denken over haar rol bij de opgaven waar zij voor komt te staan. Regie voeren is geen doel op zich, maar een permanent proces van kritisch nadenken over taken die op de gemeente afkomen; wat is de meest passende oplossing? Het kan dus niet zo zijn dat na vaststelling van het uitwerkingsdocument de discussie voor eens voor altijd is gesloten. Overigens bevat de begroting geen voorstellen om subsidies te verlagen.

Terugkomend op de onrust die dit voor het personeel met zich mee breng, is het noodzakelijk de regierol spoedig nader te formuleren in een uitwerkingsdocument. Daarom gaan wij de inspanningsverplichting aan om de gemeenteraad in de positie te brengen het uitwerkingsdocument voor 1 mei 2008 vast te stellen. Gelijktijdig bij de vaststelling van het visiedocument wordt een document over een kerntakendiscussie voorgelegd aan de raad (31 oktober). Daarbij worden vijf taken genoemd die heel direct het personeel raken, met name afstoten van milieucontrole, begraafplaatsen, openbare orde&veiligheid, het afstoten van de buitendienst en het afschaffen van de typekamer. Wij hebben aan de raad voorgesteld uit te spreken dat het afstoten van deze vijf taken niet aan de orde is. Dit schept per direct duidelijkheid voor het betrokken personeel. Het woord is nu aan de gemeenteraad.

Het CDA geeft aan dat e-dienstverlening een zeer belangrijk aspect is en wordt binnen gemeenteland, de VVD en Werkgroep ‘84 vragen zich daarbij af welke gelden daar dan beschikbaar voor zouden moeten worden gesteld. De omvangrijke reservering ligt in het feit dat op elk vakgebied binnen de gemeente flinke ontwikkelingen op het gebied van digitalisering aan de gang zijn. Deze afzonderlijke ontwikkelingen komen steeds dichter naar elkaar toe en grijpen nu al en zeker in de toekomst geheel in elkaar. Daarmee ontstaat de zogenoemde e-gemeente. Acceleratoren binnen deze ontwikkeling zijn de komst van de basisregistraties (zoals de GBA verplicht per 1 januari 2010), omgevingsvergunning (invoering 1 januari 2009) en DigiD. De ontwikkelingen op dit gebied zijn wettelijk ingebed en door de mogelijkheden die ICT biedt onomkeerbaar. De vraag in deze is dan ook niet ‘wil ik naar een e-gemeente groeien‘, maar wel ‘op welk moment wil ik mij een e-gemeente kunnen noemen’. Heel basaal zou de ontwikkeling naar een e-gemeente worden benoemd als een alles omvattend systeem van digitaal gegevensbeheer tezamen met het gebruik en koppelen van deze gegevens. Het college realiseert zich dat de reservering substantieel is. Dat is een bewuste keuze. Voor de komende 3 á 4 jaar wordt een vuistregel genoemd van € 50,– per inwoner. De kosten zijn deels incidenteel en deels structureel. Het is nog niet bekend in hoeverre de gemeenten voor dit doel (structureel) financiële middelen ontvangen. Wij hebben er daarom voor gekozen de begroting vooralsnog niet structureel te belasten. Wel staat vast dat, net als in andere gemeenten, een inhaalslag noodzakelijk is en dat die inhaalslag veel geld kost. Daarom is het goed om dit in de begroting te visualiseren door een forse incidentele investering op te nemen, die een uitrol zal krijgen in de resterende zittingsperiode. Overigens is de wens van het college met een bedrag van € 33,50 per inwoner bescheiden te noemen in vergelijking met de genoemde € 50,– per inwoner.

Met betrekking tot de voortgang van de ROM-K kan worden vermeld dat in de laatste vergadering van de Raad van Commissarissen is afgesproken dat een complete rapportage zal worden gegeven in het jaarverslag over 2007 dat in de maand maart 2008 zal verschijnen. Voorgesteld wordt deze rapportage af te wachten. De fractie van WG ‘84 vraagt wanneer ons college komt met een plan van aanpak voor het oplossen van de parkeerproblemen. In 2006 is de parkeernota vastgesteld. Uit deze nota blijkt overduidelijk dat er in meerdere delen van de gemeente sprake is van een grote parkeerdruk. Wij stellen nu voor extra middelen beschikbaar te stellen om op de plekken waar de problemen het grootst zijn de knelpunten te kunnen aanpakken. Daarnaast worden de in de parkeernota opgenomen parkeernormen toegepast bij structuurvisie projecten.

WG ‘84 vraagt ons om zorgvuldig en creativiteit te zijn bij het creëren van extra parkeerplaatsen, om hierdoor zo min mogelijk groen op te offeren. In het verleden hebben wij bij verschillende kapitaalwerken de gevraagde creativiteit al proberen toe te passen, met als resultaat dat met minimale middelen en veranderingen extra parkeerplaatsen zijn gerealiseerd. Deze werkwijze zetten wij uiteraard door bij nieuwe kapitaalwerken. Echter lopen wij hierbij tegen grenzen aan. De vraag naar extra parkeerplaatsen is dermate groot, dat er ingrijpende keuzes gemaakt zullen moeten worden tussen extra parkeerplaatsen of groen. Wij zijn van oordeel dat met de in de begroting opgenomen middelen het wegenbeheerplan op een adequate wijze kan worden uitgevoerd. Wel zullen wij jaarlijks moeten beoordelen in hoeverre de normprijzen nog actueel zijn. Dit kan op termijn van invloed zijn op de hoogte van de benodigde toevoegingen aan de reserve wegen. Wij willen de partijen die al vanaf 2008 extra middelen voor het wegbeheer willen toevoegen aan de reserve uitnodigen hiervoor een solide dekking aan te geven. In algemene zin kan gesteld worden dat het aanbesteden van grotere werken op bijvoorbeeld het gebied van wegen voordelen kan opleveren. Deze gedragslijn wordt reeds toegepast, bijvoorbeeld bij het project Neptunushof. Verder wordt onderzocht of door clustering van kleinere werken (met bijvoorbeeld buurgemeenten) tot voordeliger aanbestedingen kan worden gekomen. De door de VVD-fractie genoemde DBFM-contracten en meerjarige mantelcontracten kunnen hierbij bruikbare middelen zijn. Aan deze werkwijzen zitten echter ook nadelen. De consequenties hiervan dienen nader in kaart te worden gebracht.

De CDA-fractie vraagt meer aandacht voor onder andere het schoonhouden van wegen en straten. Ons college constateert dat met de beschikbare middelen de werkzaamheden aan de wegen en straten zo optimaal mogelijk worden uitgevoerd. Met andere woorden: het onderhoud wordt zeer efficiënt uitgevoerd door gemeentewerken. Intensivering van het werk zal naar onze mening dan ook automatisch leiden tot een verhoging van het benodigde budget. In antwoord op een vraag van Werkgroep ‘84 merken wij op dat conform het gestelde in de begroting tweemaal per jaar overleg plaatsvindt met de ondernemerskring. Ook met de winkeliersverenigingen worden halfjaarlijks gesprekken gevoerd. Tenslotte vindt tweemaal per jaar overleg plaats met de vertegenwoordigers van de standsorganisatie van de agrarische sector.

De constatering van werkgroep ‘84 dat de beheerplannen voor het wegmeubilair en de sporttoestellen ontbreken is juist. Wij willen benadrukken dat voor het overige alle beheerplannen zijn opgesteld en derhalve actueel zijn. Al deze beheerplannen zullen cyclisch worden geactualiseerd. Een beheerplan voor het wegmeubilair zal conform de eerder aan u voorgelegde planning worden opgepakt. Met betrekking tot sporttoestellen is ons uit onderzoek gebleken dat een beheerplan geen toegevoegde waarde heeft. Het CDA wil, door het toenemen van de eenpersoonshuishoudens, een apart tarief voor deze groep invoeren. De verschuiving naar steeds meer eenpersoonshuishoudens heeft geen verlaging van de afvalberg tot gevolg gehad. Aangezien geen objectief alternatief voor handen is, zien wij onvoldoende basis met een voorstel tot een gedifferentieerd tarief komen. Wij zijn bereid hierop terug te komen als er in de toekomst adequate goed toepasbare technische oplossingen beschikbaar komen.

Een ozb-verhoging met maximaal 2,5% in plaats van de door het college voorgestelde 5% wordt ontraden. De verhoging met 5% is namelijk nodig om een structureel sluitende begroting te kunnen presenteren. De suggestie wordt gedaan om voor dat doel de ruimte te benutten die via de septembercirculaire 2007 resteert (afgerond 58.000,–). Het college wijst er op dat bij de informatieverstrekking over deze circulaire een relatie is gelegd met het bestuursakkoord “Samen aan de slag”, dat op 4 juni 2007 is gesloten tussen het rijk en de gemeenten. Zo zijn er in dat akkoord onder andere afspraken gemaakt over de vorming van de Centra voor Jeugd en Gezin. Eén van die afspraken houdt in, dat van het accres een bedrag oplopend tot 100 miljoen in 2011 zal worden besteed aan de vorming van de Centra voor Jeugd en Gezin. Ook op andere terreinen wordt van gemeenten, net als van het rijk, inzet verwacht om een aantal maatschappelijke knelpunten aan te pakken. Naast jeugd & gezin liggen deze op het gebied van zorg, openbare orde en veiligheid, wijken, onderwijs (brede scholen, voorschoolse educatie en voortijdig schoolverlaten), armoedebeleid, schuldhulp-verlening. Op deze knelpunten liggen er, volgens het akkoord, “voor gemeenten en rijk beleidsmatig en budgettair gezamenlijke opgaven. De verdere invulling wordt gerealiseerd in afspraken tussen VNG en vakministers” (einde citaat). Op basis van het akkoord en de nader te maken ‘afspraken tussen VNG en vakministers’ moet Nederlek dus, net als alle andere gemeenten, inbreng realiseren in de vorm van beleid en van geld. Het is daarom prematuur en in onze ogen onverstandig om de resterende ruimte uit de septembercirculaire nu al structureel voor andere doeleinden te benutten, te weten voor beperking van de ozb-verhoging in plaats van voor nieuwe beleidsvoorstellen ter uitvoering van het bestuursakkoord.

Door het CDA wordt gesteld dat het weerstandsvermogen negatief is en er voor € 1.600.000 uit reserves wordt gehaald om extra uitgaven te doen. Het aanwezige weerstandsvermogen is in de begroting gepresenteerd op ca. € 4.700.000. In de begroting is ook inzichtelijk dat het berekende vereiste weerstandsvermogen ca. € 5.000.000 is. Het weerstandsvermogen zou derhalve met € 300.000 moeten groeien om het evenwicht te herstellen. De begroting is een momentopname. Na het moment dat het aanwezige weerstandsvermogen is bepaald zijn er afgedekte risico’s van grondexploitaties vrijgevallen. Deze zijn inmiddels toegevoegd aan het aanwezige weerstandsvermogen. Het aanwezige weerstandsvermogen is hierdoor inmiddels gestegen tot ca. € 5.500.000. Het dekken van € 1.600.000 uit reserves wordt ten laste gebracht van de algemene reserve. Deze maakt geen onderdeel uit van het weerstandsvermogen en heeft daardoor geen effect op het evenwicht tussen het aanwezige en vereiste weerstandsvermogen.

Sommige fracties komt het vreemd voor dat een deel van de uitgaven voor het jaar 2008 incidenteel worden gedekt. Hiervoor is een bedrag aangewend gelijk aan het bedrag van het resultaat 2006. Het college heeft dit voorstel aan uw raad gedaan vanwege het feit dat dit allemaal investeringen betreffen die weinig of geen structurele gevolgen kent.

Entry Filed under: Algemene beschouwingen. .


Calendar

november 2007
M D W D V Z Z
    Dec »
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
2627282930  

Most Recent Posts